Voorbeelden

Kinderen in therapie

Tim is boos

Tim is tien jaar en heel erg boos. Hij loopt met zware passen en een gebogen rug door de gangen van de school. Hij beweegt zich zwaar en houterig en zijn lichaam oogt verkrampt en vast. In de therapie moppert hij over van alles en nog wat. Altijd boos.
In het beeldend werk maakt hij vaste stevige gevulde kleifiguren veelal met een bozig gezicht. Zijn tekeningen tekent hij met dikke strakke vierkante lijnen terwijl hij zijn potlood heel stevig vasthoudt. Bij iedere lijn moppert hij dat hij het niet kan en het niet goed is. Gefrustreerd gaat hij toch iedere keer weer door, hij geeft niet op. Wat een doorzettingsvermogen!
In de therapie vraag ik mij onder meer af waarom Tim zo boos is, waarom zijn lijf verkrampt en houterig is en wat hij nodig heeft om te ontspannen en zijn boosheid wat minder de boventoon te laten voeren?
Met behulp van het beeldend materiaal zoals klei en warm water wordt Tim uitgenodigd om meer te gaan ontspannen. Het warme water en de klei nodigen uit om wat meer in het vloeiende element te komen wat direct een reactie teweeg brengt in het lichaam van Tim. Steeds meer kan hij wat meer gaan uitademen en komt er beweging in zijn lichaam. Ook met bewegend tekenen komt hij steeds meer uit de houterige beweging en kan hij meer vloeiende vormen en bewegingen maken. Langzaam aan komt er steeds meer beweging en ruimte in zijn lichaam, zijn verkramping neemt af.
In de loop van de therapie verteld Tim met zijn handen in de klei een verhaal. Tim verteld over een situatie waarin hij ontzettend bang was. In het beeldend materiaal kan hij zijn verhaal kwijt; hij brengt de situatie uit zijn lijf naar het beeldend werk, en zo komt er afstand van de angst die hij toen ervaren heeft. Als het ware is hij er niet meer één mee en kan hij eruit bewegen. Daarbij krijgt hij de regie terug en kan in de klei aan de situatie toevoegen wat hij had willen doen, wat hij nodig heeft en zo kan hij de boosheid ontladen, eruit bewegen en het loslaten.

Amanda - ADHD

Amanda is negen jaar, heel vrolijk, enthousiast en makkelijk in de omgang. Ze heeft heel veel zin in de beeldende therapie. In één van de eerste sessie werken we met klei, zonder dat de opdracht uitgelegd is zitten haar handen al in de klei en trekt ze enthousiast de stukken uit elkaar. De klei ligt overal op tafel. Met haar rijke fantasie vliegt ze van het ene onderwerp naar het andere onderwerp; dan is het een olifant, dan weer een vogelboom, dan maakt ze het kapot want …. En zo rent en vliegt ze door. Net als de klei is Amanda overal en nergens.

Met bewegend tekenen werken we met ritme en vormen. Het ging hierbij o.a. over begrenzing, structuur, rust in beweging en dichter bij jezelf komen (incarnerende beweging maken).
Het bewegend tekenen gaf mij de mogelijkheid Amanda uit te nodigen om al vormend en bewegend de aandacht en energie wat meer naar zichzelf te brengen en haar uit te nodigen tot andere beweging en ervaring hierin. Bijvoorbeeld vertragen i.p.v. mega snel of i.p.v. naar buiten gerichte bewegingen meer naar binnen gaande bewegingen of openen en weer sluitende bewegingen.
Doordat ik mee doe kon ik middels het beeldend materiaal heel sensitief reageren op haar waardoor ik haar non-verbaal mee kon nemen in de verschillende ritmes en bewegingen waardoor ze gemakkelijker mee kon komen. Het bracht haar een gevoelservaring anders dan de chaos en snelheid die zij zo goed kent, het leerde haar schakelen en het verschil ervaren tussen bijvoorbeeld activiteit en rust, dichtbij jezelf zijn en fladderen / weggaan bij jezelf. Het bewegend tekenen hielp Amanda ook begrenzen en hielp haar om er even te zijn; ze zakte meer in de rust en kon in haar energie ook meer in haar lijf zakken. Zo kon haar ziel af en toe een incarnerende beweging maken.
Door het herhalende karakter van het bewegend tekenen kan de nieuwe ervaring diep integreren in het lichaam en kan hier op den duur gemakkelijker naar toe bewogen worden.

Lianne - Trauma

Lianne, een meisje van elf jaar met een hoge dosis aan spanning en stress in haar lijf. Ze heeft al veel meegemaakt en dat is zichtbaar in haar lichaam. De spanning en stress zitten vast in haar lichaam en uiten zich in onhandelbaar gedrag. Haar moeder zit met haar handen in het haar en ook op school weten ze niet wat ze met Lianne aan moeten.
De beeldende therapie wordt een plek waar Lianne kan uitademen en de opgebouwde spanning wat kan ontladen. Vanuit het onhandelbare gedrag komt er ruimte om te spelen. Op haar manier en haar tempo kan ze het meegemaakte verwerken, zoals in spel met de krijtjes en zelfgemaakte figuren. Met lichaamsgerichte vormen – zoals het bewegend tekenen – kan de stress en vastzittende spanning in haar lichaam ontladen. Steeds meer wordt in de tekentaal ruimte voor ontwikkeling zichtbaar, een teken van meer ontspanning. Ook komt langzaam de angst en het verdriet wat achter het gedrag schuilgaat naar voren en kan zij deze uiten en kan zij leren omgaan met de lastige gevoelens. Zo maken we bijvoorbeeld fantasiefiguren in de klei die symbool staan voor de verschillende emoties en gevoelens. Samen gaan we voelen wat deze figuren dan eigenlijk nodig hebben, wat we ook samen aan haar moeder kunnen uitleggen. Voor Lianne, als ook voor haar moeder, worden de gevoelens en emoties hierdoor tastbaar en kan ze het op deze manier ook op cognitief gebied beter integreren en krijgt ze handvatten wat ze kan doen als het even moeilijk is.

Het denkende pratende hoofd als masker

Lars, een jongen van 13 jaar, is doorverwezen naar lichaamsgerichte beeldende therapie met de vraag help hem; hij is zo druk en in de klas is het voor zowel hem, de docenten als de kinderen lastig. In de beeldende therapie praat Lars aan één stuk door, zijn handen houden een stukje klei vast waarmee hij friemelt terwijl hij praat. Met weinig besef van de klei in zijn handen heeft hij een overschreeuwende houding. Hij praat en praat en praat en lacht met een beschermend masker op zijn gezicht.
In de lichaamsgerichte beeldende therapie gaan we de verbinding van het hoofd naar het hele lijf en ook de gevoelslaag maken. De vormen, kleuren en texturen helpen hem om uit het denken te komen. Verwonderd door kleur en textuur laat hij zien wat hij allemaal ziet en tegenkomt in het beeldend werk. Beetje bij beetje helpen de kleuren en de beweging hem om op een laagdrempelige wijze meer in zijn lichaam en in zijn gevoel te komen. De klei wordt nu ook voelbaar en met meer gewaarwording gekneed. Er is stilte. Lars praat minder en kan steeds meer de beweging van denken en praten naar ook voelen, stilte en rust maken.
Door meer in verbinding te komen met het lichaam en de gevoelslaag komt er ruimte om dat wat er achter het ‘masker’ zit tegemoet te treden. Emoties en gevoelens kan hij in ritme en beweging uiten en een plekje geven, waardoor het patroon van overschreeuwen steeds wat meer naar de achtergrond kan verdwijnen.

Voorbeelden

Voorbeelden - Kinderen in therapie

Tim is boos

Tim is tien jaar en heel erg boos. Hij loopt met zware passen en een gebogen rug door de gangen van de school. Hij beweegt zich zwaar en houterig en zijn lichaam oogt verkrampt en vast. In de therapie moppert hij over van alles en nog wat. Altijd boos.
In het beeldend werk maakt hij vaste stevige gevulde kleifiguren veelal met een bozig gezicht. Zijn tekeningen tekent hij met dikke strakke vierkante lijnen terwijl hij zijn potlood heel stevig vasthoudt. Bij iedere lijn moppert hij dat hij het niet kan en het niet goed is. Gefrustreerd gaat hij toch iedere keer weer door, hij geeft niet op. Wat een doorzettingsvermogen!
In de therapie vraag ik mij onder meer af waarom Tim zo boos is, waarom zijn lijf verkrampt en houterig is en wat hij nodig heeft om te ontspannen en zijn boosheid wat minder de boventoon te laten voeren?
Met behulp van het beeldend materiaal zoals klei en warm water wordt Tim uitgenodigd om meer te gaan ontspannen. Het warme water en de klei nodigen uit om wat meer in het vloeiende element te komen wat direct een reactie teweeg brengt in het lichaam van Tim. Steeds meer kan hij wat meer gaan uitademen en komt er beweging in zijn lichaam. Ook met bewegend tekenen komt hij steeds meer uit de houterige beweging en kan hij meer vloeiende vormen en bewegingen maken. Langzaam aan komt er steeds meer beweging en ruimte in zijn lichaam, zijn verkramping neemt af.
In de loop van de therapie verteld Tim met zijn handen in de klei een verhaal. Tim verteld over een situatie waarin hij ontzettend bang was. In het beeldend materiaal kan hij zijn verhaal kwijt; hij brengt de situatie uit zijn lijf naar het beeldend werk, en zo komt er afstand van de angst die hij toen ervaren heeft. Als het ware is hij er niet meer één mee en kan hij eruit bewegen. Daarbij krijgt hij de regie terug en kan in de klei aan de situatie toevoegen wat hij had willen doen, wat hij nodig heeft en zo kan hij de boosheid ontladen, eruit bewegen en het loslaten.

Amanda - ADHD

Amanda is negen jaar, heel vrolijk, enthousiast en makkelijk in de omgang. Ze heeft heel veel zin in de beeldende therapie. In één van de eerste sessie werken we met klei, zonder dat de opdracht uitgelegd is zitten haar handen al in de klei en trekt ze enthousiast de stukken uit elkaar. De klei ligt overal op tafel. Met haar rijke fantasie vliegt ze van het ene onderwerp naar het andere onderwerp; dan is het een olifant, dan weer een vogelboom, dan maakt ze het kapot want …. En zo rent en vliegt ze door. Net als de klei is Amanda overal en nergens.

Met bewegend tekenen werken we met ritme en vormen. Het ging hierbij o.a. over begrenzing, structuur, rust in beweging en dichter bij jezelf komen (incarnerende beweging maken).
Het bewegend tekenen gaf mij de mogelijkheid Amanda uit te nodigen om al vormend en bewegend de aandacht en energie wat meer naar zichzelf te brengen en haar uit te nodigen tot andere beweging en ervaring hierin. Bijvoorbeeld vertragen i.p.v. mega snel of i.p.v. naar buiten gerichte bewegingen meer naar binnen gaande bewegingen of openen en weer sluitende bewegingen.
Doordat ik mee doe kon ik middels het beeldend materiaal heel sensitief reageren op haar waardoor ik haar non-verbaal mee kon nemen in de verschillende ritmes en bewegingen waardoor ze gemakkelijker mee kon komen. Het bracht haar een gevoelservaring anders dan de chaos en snelheid die zij zo goed kent, het leerde haar schakelen en het verschil ervaren tussen bijvoorbeeld activiteit en rust, dichtbij jezelf zijn en fladderen / weggaan bij jezelf. Het bewegend tekenen hielp Amanda ook begrenzen en hielp haar om er even te zijn; ze zakte meer in de rust en kon in haar energie ook meer in haar lijf zakken. Zo kon haar ziel af en toe een incarnerende beweging maken.
Door het herhalende karakter van het bewegend tekenen kan de nieuwe ervaring diep integreren in het lichaam en kan hier op den duur gemakkelijker naar toe bewogen worden.

Lianne - Trauma

Lianne, een meisje van elf jaar met een hoge dosis aan spanning en stress in haar lijf. Ze heeft al veel meegemaakt en dat is zichtbaar in haar lichaam. De spanning en stress zitten vast in haar lichaam en uiten zich in onhandelbaar gedrag. Haar moeder zit met haar handen in het haar en ook op school weten ze niet wat ze met Lianne aan moeten.
De beeldende therapie wordt een plek waar Lianne kan uitademen en de opgebouwde spanning wat kan ontladen. Vanuit het onhandelbare gedrag komt er ruimte om te spelen. Op haar manier en haar tempo kan ze het meegemaakte verwerken, zoals in spel met de krijtjes en zelfgemaakte figuren. Met lichaamsgerichte vormen – zoals het bewegend tekenen – kan de stress en vastzittende spanning in haar lichaam ontladen. Steeds meer wordt in de tekentaal ruimte voor ontwikkeling zichtbaar, een teken van meer ontspanning. Ook komt langzaam de angst en het verdriet wat achter het gedrag schuilgaat naar voren en kan zij deze uiten en kan zij leren omgaan met de lastige gevoelens. Zo maken we bijvoorbeeld fantasiefiguren in de klei die symbool staan voor de verschillende emoties en gevoelens. Samen gaan we voelen wat deze figuren dan eigenlijk nodig hebben, wat we ook samen aan haar moeder kunnen uitleggen. Voor Lianne, als ook voor haar moeder, worden de gevoelens en emoties hierdoor tastbaar en kan ze het op deze manier ook op cognitief gebied beter integreren en krijgt ze handvatten wat ze kan doen als het even moeilijk is.

Het denkende pratende hoofd als masker

Lars, een jongen van 13 jaar, is doorverwezen naar lichaamsgerichte beeldende therapie met de vraag help hem; hij is zo druk en in de klas is het voor zowel hem, de docenten als de kinderen lastig. In de beeldende therapie praat Lars aan één stuk door, zijn handen houden een stukje klei vast waarmee hij friemelt terwijl hij praat. Met weinig besef van de klei in zijn handen heeft hij een overschreeuwende houding. Hij praat en praat en praat en lacht met een beschermend masker op zijn gezicht.
In de lichaamsgerichte beeldende therapie gaan we de verbinding van het hoofd naar het hele lijf en ook de gevoelslaag maken. De vormen, kleuren en texturen helpen hem om uit het denken te komen. Verwonderd door kleur en textuur laat hij zien wat hij allemaal ziet en tegenkomt in het beeldend werk. Beetje bij beetje helpen de kleuren en de beweging hem om op een laagdrempelige wijze meer in zijn lichaam en in zijn gevoel te komen. De klei wordt nu ook voelbaar en met meer gewaarwording gekneed. Er is stilte. Lars praat minder en kan steeds meer de beweging van denken en praten naar ook voelen, stilte en rust maken.
Door meer in verbinding te komen met het lichaam en de gevoelslaag komt er ruimte om dat wat er achter het ‘masker’ zit tegemoet te treden. Emoties en gevoelens kan hij in ritme en beweging uiten en een plekje geven, waardoor het patroon van overschreeuwen steeds wat meer naar de achtergrond kan verdwijnen.